Truck  |  Bus 

100 jaar MAN Truck & Bus: klaar voor de toekomst

Met succes en ervaring bouwt MAN al een eeuw lang efficiënte en betrouwbare bedrijfsvoertuigen

De geschiedenis van de MAN Group beslaat meer dan 250 jaar. Dit jaar viert het bedrijf nog een belangrijke verjaardag, want honderd jaar geleden werd bij MAN begonnen met de bouw van bedrijfsvoertuigen. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste mijlpalen.

Op 21 juni 1915 werd een nieuwe onderneming ingeschreven in het handelsregister van Neurenberg, namelijk ‘Lastwagenwerke M.A.N.-Saurer’. De onderneming werd opgericht als een joint venture tussen Maschinenfabrik Augsburg-Nürnberg AG en Saurer, een Zwitserse fabrikant van bedrijfsvoertuigen. De eerste MAN-Saurer drietonner verliet kort daarna de gezamenlijke fabriek in Lindau aan het Bodenmeer. Deze vrachtwagen werd gevolgd door de eerste bussen, die door de Kaiserliche Reichspost voor het langeafstandsvervoer van zowel passagiers als brieven en pakjes werden ingezet. Dit was het begin van de bouw van bedrijfsvoertuigen bij MAN, een succesverhaal dat niet alleen de geschiedenis van het bedrijf zelf heeft gevormd. Met zijn geavanceerde en vaak revolutionaire innovaties heeft MAN de ontwikkeling van vrachtwagens en bussen in de voorbije honderd jaar sterk beïnvloed. En dat doet het bedrijf nog steeds!

De beginjaren

In 1916 werd de productie verplaatst naar de MAN-fabriek in Neurenberg. Na het vertrek van Saurer in 1918 handelde het bedrijf onder de naam ‘M.A.N. Lastwagenwerke’. In 1924 presenteerde MAN de eerste vrachtwagen met een direct ingespoten dieselmotor, die de basis vormde voor de succesvolle toepassing van dieselmotoren in vrachtwagens. Vergeleken met de toen gangbare benzinemotoren zorgde deze dieselmotor voor 75 procent lagere bedrijfskosten. Net als tegenwoordig waren zuinigheid en efficiëntie ook toen al belangrijke ontwikkelingsdoelen van MAN. In hetzelfde jaar produceerde MAN de eerste lagevloerbus met een speciaal ontworpen chassis met verlaagd frame. De bussen die MAN sinds 1915 had gebouwd, waren gebaseerd op een vrachtwagenchassis.

In 1928 presenteerde MAN zijn eerste drieasser, die de voorloper was van alle latere zware vrachtwagens van MAN. In 1932 werd de S1H6-vrachtwagen uitgerust met een D4086-dieselmotor die 140 pk leverde en op dat moment werd beschouwd als de krachtigste dieseltruck ter wereld. Met de ontwikkeling van een uiterst brandstofefficiënte direct ingespoten dieselmotor en de introductie van vierwielaandrijving werd in 1937 de volgende technische mijlpaal bereikt.

MAN als drijvende kracht achter de wederopbouw

Tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog was er veel vraag naar vrachtwagens. In de jaren vijftig werd de MAN F8 met zijn 180 pk sterke V8-motor het vlaggenschip van het Wirtschaftswunder in de nieuwe Bondsrepubliek Duitsland. Met de introductie van Duitslands eerste vrachtwagenmotor met uitlaatgasturbo toonde MAN al in 1951 zijn innovatievermogen. Deze zescilindermotor haalde 175 pk met een cilinderinhoud van 8,72 liter, een opmerkelijke vermogenstoename van 35 procent. In 1955 verhuisde de vrachtwagen- en busproductie naar de nieuwe vestiging van MAN in München. De fabriek in Neurenberg werd het competentiecentrum voor de productie van motoren.

Ook bij de bouw van bussen bewees MAN zijn innovatiekracht. In 1961 bracht het bedrijf de 750 HO, de eerste bus met een modulair ontwerp, op de markt. Het gestandaardiseerde chassis werd gebruikt met verschillende opbouwvarianten voor stadsbussen, streekbussen en touringcars.

Met Büssing kreeg MAN zijn leeuw

MAN nam in 1971 Büssing Automobilwerke met zijn fabriek in Salzgitter over. Büssing droeg niet alleen zijn specialistische kennis van ondervloermotoren maar ook zijn logo over. Sindsdien siert de leeuw van Braunschweig de radiateurgrille van alle bedrijfsvoertuigen die door MAN zijn gemaakt. Eind jaren zeventig begon MAN met VW samen te werken in het segment van de lichte vrachtwagens. Tot 1993 werden de zes- en achttonners uit de G-serie gezamenlijk geproduceerd. Tegenwoordig is MAN onderdeel van Volkswagen AG.

Maar trucks met een torpedofront voor de bouwsector en zware vrachtwagens met een frontstuurcabine voor langeafstandsvervoer zijn toch altijd MAN’s paradepaardjes geweest. Een voorbeeld daarvan is het model 19.280, dat in 1978 als eerste MAN-vrachtwagen werd uitgeroepen tot ‘Truck of the Year’. Daarna volgden nog tal van onderscheidingen, bijvoorbeeld voor de MAN F90, die in 1986 werd geïntroduceerd en het jaar daarop ‘Truck of the Year’ werd. De royale bestuurderscabine van de F90 was bijzonder indrukwekkend. Ergonomie en comfort voor de bestuurder zijn altijd belangrijke aandachtspunten geweest voor de ontwerpers van MAN. Het meest succesvolle truckmodel van de jaren negentig was de F2000. De zware vrachtwagens uit deze serie hadden sinds 1994 standaard een motor met elektronisch geregelde inspuiting.

Ook de bussen van MAN hebben hoogtepunten gekend. In 1992 introduceerde MAN de Lion’s Star, een reisbus die zijn naam zou geven aan elke volgende generatie MAN-bussen. De bus met hoog dek voor langeafstandsreizen had een cw-waarde van slechts 0,41 en was dus bijzonder aerodynamisch, wat voor brandstofbesparing zorgde.

MAN in het nieuwe millennium

MAN begon het nieuwe millennium met nieuwe innovaties. In 2000 kwam MAN met de Trucknology Generation Type A (TGA), die de normen voor comfort en ergonomie verlegde en nieuwe technologieën introduceerde, zoals MAN TipMatic en MAN Comfort-Shift voor optimale schakelmanoeuvres. Met de overname van het busmerk NEOPLAN in 2001 versterkte MAN zijn positie in het segment van de luxe reisbussen.

De introductie van de D20-motoren met common-rail injectie in 2004 was echt een technologische mijlpaal. MAN was de eerste fabrikant van bedrijfsvoertuigen die deze zuinige en milieuvriendelijke technologie met elektronisch geregelde inspuiting in al zijn motoren toepaste. MAN moderniseerde ook zijn lichte en middelzware series door in 2005 de TGL en de TGM te introduceren. Door een combinatie van uitlaatgasrecirculatie en roetfilters was het mogelijk om zonder enig additief, zoals AdBlue, de toenmalige uitlaatgasnorm Euro 4 te halen. Twee jaar later werden twee zware modelreeksen als opvolgers van de TGA gepresenteerd: de TGX was ontworpen voor langeafstandsvervoer, terwijl de TGS voor tractieverkeer en zwaar distributieverkeer werd ingezet. Beide modellen werden uitgeroepen tot ‘Truck of the Year’. MAN won deze prijs daarmee voor de zevende keer, een record in de vrachtwagensector.

In 2010 begon MAN met de serieproductie van een stadsbus met hybrideaandrijving, de Lion’s City Hybrid. Door deze hybrideaandrijving verbruikt de Lion’s City Hybrid tot 30 procent minder brandstof. Het model werd binnen korte tijd een groot succes en kreeg in 2011 de ÖkoGlobe Award en in 2012 de Green Bus Award voor zijn duurzame concept.

Op weg naar de toekomst met MAN

De ontwikkeling van grondstoffenbesparende en milieuvriendelijke voertuigen is altijd een van de hoofddoelen van MAN Truck & Bus geweest. Met zijn nieuwste generatie TG-vrachtwagens voldeed MAN in 2012 aan de meest recente uitlaatgasnorm, Euro 6. Ondanks de strenge eisen springen deze voertuigen uiterst efficiënt met brandstof om. In de herfst van 2014 introduceerde MAN de D38, de nieuwste generatie motoren voor bedrijfsvoertuigen, waarin honderd jaar ontwikkeling zijn hoogtepunt vindt. Deze zuinige Euro 6-dieselmotoren halen maximaal 640 pk met behulp van een tweetraps turbo.

Het thema duurzaamheid, de interne klimaatdoelen van het bedrijf, de algemene politieke situatie en de beperkte beschikbaarheid van brandstoffen zijn momenteel bepalend voor de productontwikkeling. MAN overweegt daarom de verdere ontwikkeling van diverse alternatieve aandrijfconcepten. Bedrijfsvoertuigen met hybrideaandrijvingen voor alle toepassingen zijn onderdeel van het aandrijfconcept van de toekomst. Een diesel-elektrische hybrideaandrijving is al standaard voor stadsbussen. Op de vakbeurs IAA 2014 heeft MAN de TGX Hybrid geïntroduceerd. Dit is een concepttruck met hybrideaandrijving die een optimale TCO heeft en voor langeafstandsvervoer gebruikt kan worden. De Metropolis is een volledig elektrisch werkende zware vrachtwagen met actieradiusvergroter voor taken in de stad. Dit onderzoeksvoertuig van MAN bevindt zich momenteel in de testfase.

Aardgas onder druk (CNG) en biogas zijn al beschikbaar als alternatieven. Voor CNG geschikte motoren kunnen ook vrijwel CO2-neutraal op biogas werken. Een voorbeeld is de nieuwe Lion’s City GL CNG harmonicabus, die is uitgeroepen tot ‘Bus of the Year 2015’. De bestaande reeks stadsbussen op aardgas wordt in 2016 aangevuld met trucks met CNG-aandrijving.

De afdeling Futures Research analyseert de grote trends in de wereld en bepaalt de richting voor de ontwikkeling van toekomstige voertuiggeneraties. MAN’s ontwikkelaars werken al aan voertuigen die geen bestuurder meer nodig hebben voor bepaalde activiteiten. Hierbij valt te denken aan voertuigen die bouwplaatsen langs de autosnelweg beveiligen. MAN Truck & Bus past deze en volledig nieuwe ideeën toe om voor de duurzame ontwikkeling van ultramoderne bedrijfsvoertuigen in de toekomst te zorgen.

Aanvullende informatie:

250 jaar MAN-geschiedenis

In 2015 viert MAN zijn honderdste verjaardag als fabrikant van bedrijfsvoertuigen, maar de geschiedenis van de huidige MAN Group gaat meer dan 250 jaar terug. Er zijn drie historische beginpunten: de oprichting van de St. Antony-Hütte in Oberhausen in 1758, de oprichting van de Sandersche Maschinenfabrik in 1840 en de oprichting van de Eisengießerei und Maschinenfabrik Klett & Comp. in Neurenberg in 1841. In 1878 fuseerde de St. Antony-Hütte met twee andere hoogovens in het Ruhrgebied om de Gutehoffnungshütte (GHH) te vormen, terwijl de twee Zuid-Duitse voorlopers in 1898 samengingen in de Maschinenfabrik Augsburg-Nürnberg AG. Dit was de oorsprong van de naam MAN. In deze fabriek in Augsburg ontwikkelde Rudolf Diesel van 1893 tot 1897 de eerste dieselmotor, die als basis diende voor latere generaties motoren in MAN-bedrijfsvoertuigen In 1921 fuseerden MAN en GHH om de huidige onderneming te vormen, die sinds 2011 onderdeel is van Volkswagen AG.