Truck 

Platooning in de logistieke sector: onderzoekers zien aanzienlijk praktijkpotentieel in reële tests

Pilootproject van DB Schenker, MAN Truck & Bus en Fresenius University of Applied Sciences met succes afgesloten

Op de Duitse snelwegen vormen elektronisch gekoppelde vrachtwagens een veilige en technisch betrouwbare oplossing, die eenvoudig kan worden geïmplementeerd in de activiteiten van logistieke bedrijven. Dat zijn de voornaamste vaststellingen die de projectpartners vandaag hebben voorgesteld in Berlijn na afloop van de eerste praktijktest ter wereld met vrachtwagenkonvooien voor reële logistieke activiteiten.

In het kader van een onderzoeksproject gesponsord door het Federale Ministerie van Transport en Digitale Infrastructuur (BMVI) reden professionele chauffeurs zeven maanden lang met twee elektronisch gekoppelde vrachtwagens op de Autobahn 9 tussen de vestigingen van de logistieke onderneming DB Schenker in Neurenberg en München. Na ongeveer 35.000 testkilometers, waarbij de vrachtwagens nauwelijks 15 tot 21 meter van elkaar reden, prezen de chauffeurs het rijcomfort en het algemene veiligheidsgevoel. De praktijktest wees ook op een lager verbruik.

Het Federale Ministerie van Transport en Digitale Infrastructuur (BMVI) investeerde ongeveer 1,86 miljoen euro in het onderzoeksproject. De projectpartners DB Schenker, MAN Truck & Bus en de Fresenius University of Applied Sciences stelden de resultaten voor op het ministerie. Volgens de projectpartners kunnen vrachtwagenkonvooien bijdragen tot een efficiëntere ruimtebenutting op snelwegen, met minder files en een hogere verkeersveiligheid als resultaat.

Andreas Scheuer, Federaal Minister van Transport en Digitale Infrastructuur, verklaarde: "De mobiliteit van de toekomst zal autonoom en genetwerkt zijn. Dat geldt uiteraard ook voor logistieke activiteiten. Daarom ondersteun ik de sector bij het perfectioneren van technologieën die ‘platooning’ tot een marktrealiteit kunnen maken. We willen de processen over de hele waardeketen nog veiliger, efficiënter en milieuvriendelijker maken. Daarin spelen ook de chauffeurs een belangrijke rol. In een digitale vrachtwagen worden ze moderne logistieke specialisten. Dat opent nieuwe perspectieven voor het beroep.”

Doll schat dat platooning mogelijk is op 40 procent van de kilometers afgelegd op de weg

Volgens onderzoek door DB Schenker kunnen vrachtwagenkonvooien op grote schaal worden gebruikt in het logistieke netwerk. Alexander Doll, Lid van de Raad van Bestuur voor Financiën, Vrachttransport en Logistiek bij Deutsche Bahn AG verklaarde: "We hebben ons Europese transportnetwerk geanalyseerd en kunnen met zekerheid zeggen dat ongeveer 40 procent van de kilometers met konvooien kan worden afgelegd.” Om dat te realiseren, zijn er echter bijkomende tests en een wettelijk kader nodig. Het zou ook de klanten ten goede komen. “Met platooning kunnen we betrouwbaardere transporten aanbieden.”

Het systeem in de MAN-vrachtwagens werkte onberispelijk gedurende 98 procent van de tijd. Gemiddeld was er slechts om de 2.000 kilometer een actieve interventie door de bestuurder nodig. Dat is veel minder dan verwacht. Bovendien heeft het pilootproject uitgewezen dat het brandstofverbruik bij platooning 3 tot 4 procent lager ligt. “We konden aantonen dat platooning ook een positieve invloed kan hebben op het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot. In de eerste plaats zijn we erg tevreden dat het systeem betrouwbaar werkt en de veiligheid op de snelweg kan verhogen. Platooning is dan ook een belangrijke stap op onze weg naar automatisering,” verklaarde Joachim Drees, Voorzitter van de Raad van Bestuur van MAN Truck & Bus SE.

Wetenschappers bevestigen dat de bestuurders zich veilig voelen

Wetenschappers van de Fresenius University of Applied Sciences onderzochten de psychosociale en neurofysiologische effecten op de chauffeurs. De ervaring leert immers dat de praktijktest een aanzienlijke wijziging heeft teweeggebracht in de voorheen sceptische attitude van de chauffeurs. “Uit hun inschatting van specifieke rijsituaties blijkt dat de chauffeurs een algemeen gevoel van veiligheid en vertrouwen in de technologie hebben. Geen van deze situaties werd omschreven als oncontroleerbaar,” verklaarde Professor Sabine Hammer van het Instituut voor de wetenschap van complexe systemen (Institut für komplexe Systemforschung, IKS) aan de Fresenius University of Applied Sciences. De chauffeurs omschreven andere weggebruikers die hen de pas afsneden bij het invoegen vanaf aanpalende of andere rijstroken als “onaangenaam” maar niet kritiek. “Door de snelle responstijden van het systeem zouden chauffeurs een volgafstand van 10 tot 15 meter verkiezen,” aldus Hammer.

“Wat de neurofysiologische druk (concentratie of vermoeidheid) op de chauffeurs betreft, toonden de EEG-metingen geen systematische verschillen tussen konvooiritten en normale ritten,” verklaarde Professor Christian Haas, Directeur van het IKS. Voor internationaal gebruik bevelen de wetenschappers meer onderzoeken met langere ritten in de platooning-modus aan.

De projectpartners zijn ervan overtuigd dat het potentieel van platooning nog verder kan worden uitgebreid door toekomstige ontwikkelingen. Bovendien zijn ook nieuwe digitale businessmodellen in de logistieke sector niet ondenkbaar.

Het principe van platooning

De term ‘platooning’ verwijst naar een systeem dat voertuigen op de weg gebruiken en waarbij ten minste twee vrachtwagens in een konvooi samen rijden op de snelweg, ondersteund door technische rijhulp- en controlesystemen. Alle voertuigen in het konvooi zijn elektrisch gekoppeld met elkaar. Het eerste voertuig bepaalt de snelheid en rijrichting, de andere volgen.

De deelnemers aan het platooning-project presenteerden de onderzoeksresultaten tijdens het eindevenement op het Federale Ministerie van Transport en Digitale Infrastructuur (BMVI) in Berlijn (v.l.n.r.): Joachim Drees, MAN Truck & Bus, Alexander Doll, Deutsche Bahn, Dr. Tobias Miethaner, Federaal Ministerie van Transport en Digitale Infrastructuur, Andy Kipping, Chauffeur van DB Schenker, Prof. Dr. Sabine Hammer en Prof. Dr. Christian Haas, allebei van de Fresenius University of Applied Sciences.